De grens tussen zelfverdediging en onterecht geweld

Volgens de Nederlandse wet mag je jezelf verdedigen wanneer je wordt aangevallen door een belager. Wordt er gepast geweld gebruikt om de aanval te stoppen, dan valt dat onder zelfverdediging. Toch blijkt in de praktijk dat deze zelfverdedigingswet niet zo recht-toe-recht-aan is als het lijkt. Zelfverdediging wordt vaak opgevoerd in de rechtszaal, maar in veel gevallen geeft de rechter de persoon geen gelijk.

Dat heeft te maken met een dunne lijn tussen zelfverdediging en eigen rechter spelen. Legalbaas.nl bespreekt enkele zaken uit het verleden en de nuances in deze wetgeving.

Noodweer en noodweerexces

In de wetgeving spreekt men niet letterlijk van zelfverdediging, maar van noodweer. De tekst in de wet gaat als volgt:

Niet strafbaar is hij, die een feit begaat, geboden door de noodzakelijke verdediging van eigen of eens anders lijf, eerbaarheid of goed, tegen ogenblikkelijke, wederrechtelijke aanranding

Je mag dus geweld gebruiken wanneer je jezelf, een ander, je eerbaarheid (seksuele eerbaarheid) en je goed, oftewel je eigendom.

Daar hoort echter een belangrijke kanttekening bij, want het moet aannemelijk zijn dat je zonder je handelen dus zelf schade zou oplopen. Ook moet er geen logische andere, geweldloze oplossing zijn geweest in de situatie.

Word je buiten door iemand aangevallen, dan kun je dus een klap teruggeven om de persoon van je af te slaan, maar word je ook geacht om de veiligheid op te zoeken en niet op iemand door te blijven staan. Doe je dit wel, dan kan er gesproken worden van noodweerexces: excessief noodweer.

Bij extreme gevallen: noodweerexces

Noodweerexces is het overschrijden van de grenzen van noodzakelijk geweld ter verdediging. Simpel gezegd: onnodig doorslaan, bijvoorbeeld als je aanvaller al is uitgeschakeld of als je weg kunt komen zonder jezelf in de problemen te brengen.

Noodweerexces wordt alleen geoorloofd wanneer aannemelijk gemaakt kan worden dat de belager een hevige gemoedswisseling bij je teweeg heeft gebracht.

In de praktijk zien we noodweerexces in het gebruik bij onder meer verkrachtingen, ernstige mishandeling van naasten of vergelijkbare zaken.

Wanneer er geen sprake is van zelfverdediging

We zien in de praktijk vrij vaak dat noodweer niet geaccepteerd wordt door een rechter. Vaak wordt er door de verweerder, volgens de rechter, te hard teruggeslagen. De persoon speelt hierdoor in feite eigen rechter, omdat er ook andere mogelijkheden waren om de situatie aan te pakken.

Voor de rechter moet zeer duidelijk aannemelijk gemaakt worden dat iemand niet anders kon dan terugvechten om in veiligheid te zijn. Doe je dit niet, dan kan zowel de belager als de gene die terugslaat aangeklaagd worden voor mishandeling.

Daarbij is nog een belangrijk punt dat als iemand jou een duw geeft en jij een klap terug, jij meer geweld hebt gepleegd dan de belager. De kans is groot dat jij dan uiteindelijk als schuldige wordt aangewezen.

Kentering in het strafrecht

Een nieuwe ontwikkeling is dat rechters steeds vaker in het voordeel kiezen van de gene die wordt aangevallen wanneer noodweer wordt opgevoerd. Onder meer door druk van de publieke opinie wordt de wetgeving steeds vaker iets soepeler geïnterpreteerd, waardoor noodweer vaker geaccepteerd wordt in een rechtszaak.

De veelgehoorde kritiek is dat je in Nederland vaak zelf in de problemen komt als jij of een ander wordt aangevallen, terwijl de aanvaller wegkomt met zijn daden.

Dit, terwijl een assertieve samenleving die ingrijpt bij geweld juist aangemoedigd wordt vanuit de politie en politiek. De roep om meer ruimte binnen noodweer is dan ook toegenomen, wat zijn weerslag lijkt te hebben op uitspraken.